2.4.1
ASDL (asymmetric digital subscriber line): techniek waarbij snelle datacommunicatie over een telefoonlijn mogelijk is. Hoe verder af van de wijkcentrale je bent, hoe zwakker je snelheid is. Voor ASDL te gebruiken is een splitter nodig. Splitter: Zorgt dat de band (waar de data mee wordt vervoert) in 2 lijnen wordt gesplitst; een voor telefoneren en een voor internet. Split oog en laagfrequentie, waarbij laag voor spraak is en hoog voor internet Upstream: van de gebruiker af; 1Mbit/s Downstream: naar de gebruiker toe; 24Mbit/s BBX: Broadband exchange center: ontvangt en verstuurt internetsignalen via glasvezelkabels.
2.4.2 Kabel
via kabel kun je internetverbinding opbouwen. De kabelmaatschapppij wordt dan een internetprovider. Hier heb je dan ook een Kabelmodem voor nodig. De snelheid kan oplopen tot 10Gbit/s
2.4.3
Glasvezel: heeft een hoge capaciteit. Sinds 1990 gebruikt door providers. Hybrid Fibre Coaxial (HFC): netwerk van providers naar huizen. FTTH, Fiber to the home: project waarbij huishoudens ook glasvezel krijgen. coax: kern van aluminium of koper, 2e geleider omheen met isolatie ertussen. Twisted pair: 2 koperen draden die aan elkaar zijn gedraaid: UTP: cat 1-10 STP: cat1-8 met 5e en 6a. Glazvezel: kabel goedkoop, supersnel en geen last van elekromagnetisch storingen. Gloskoperconnecties zijn wel duur, aanleg is ook duur, de kabel mag niet in scherpe bockten zitten en herstellen van breuken is alleen mogelijk met speciale tools.