Elp apparaat die iets met het internet te maken heeft zheeft binnen het TCP/IP-model een nummer hoe hij in je netwerk geindentificeerd kan worden. Dat is het IP-adres

IPv4

een IPv4 adres bestaat uit 4 getallen die gescheiden worden door en punt elk groepje omvat 8 bits het IPv4-adres is dus 32 bits lang.

voorbeelden zijn 213.10.128.48(WAN) en 192.168.178.12(LAN)

Dynamische ip is een ip die je aangewezen worden elke keer als je op het netwerk komt en kan anders wezen als nieuwe mensen erop komen Statische ip zijn vastgestelde ip’s die je reserveerd op een netwerk

private range

zijn ip’s die je lokaal hebt dus denk aan je telefoon en pc die ip kan herhaalt worden over elk netwerk

de volgende IPv4 zijn private range

  • 10.00.0.0 tot 10.255.255.255
  • 172.16.0.0 tot 172.31.255.255
  • 192.168.0.0 tot 192.168.255.255

alle andere die niet in deze range zitten zijn public ip’s en kunnen op het internet gerouteerd

DHCP

DHCP wordt gebruikt voor het dynamisch toewijzen van IP adressen binnen een LAN. Routers voor thuisgebruik bevatten meestal een DHCP-server die standaard ingeschakeld is, bedrijven en scholen hebben vaak een losse DHCP-server.

DHCP = Dynamic Host Configuration Protocol

een DHCP-range kan je meestal zelf kiezen maar standaard zit dit in de buurt van je netwerk id: Je router heeft een eigen ip bijv 192.168.1.1 en is je Netwerk-ID de eerste 3 parts dus 192.168.1., maar je zit daar niet aan vast je kan ook ergens anders zitten in de private range bijv voor je servers die kan je misschien zetten rond 10.0.1.1/24

IPv6

IPv6 was uitgevonden omdat er niet genoeg IPv4 adressen waren. we zijn maar liefst 3,4x10^38 IPv6 adressen. Dat zijn wel 50 quadriljard adressen per persoon.

IPV^

  • 128 bits lang
  • 8 groepen
    • 4hexdecimale cijfers (0 t/m 9 en a t/m f)
    • gescheiden door :
      • er kan ook eenmaal :: staan dat betekent dat er 4 nullen staan

2.9.2 IP-datagram

Datagram = pakketje met data

IPv4-header

Version | IHL | Type of Service | Total Length
Identification | Flags | Fragment Offset
Time to Live | Protocol | Header Checksum
Source IP Address
Destination IP Address
Options
Data

Version (4 bits)
Geeft de IP-versie aan. Voor IPv4 is dit altijd 4 (0100).

IHL – Internet Header Length (4 bits)
De lengte van de header in blokken van 32 bits. Nodig omdat de header kan variëren door het Options-veld.

Type of Service (8 bits)
Geeft voorkeuren aan zoals prioriteit en betrouwbaarheid (QoS).

Total Length (16 bits)
Totale lengte van het IP-pakket (header + data) in bytes. Maximaal 65.535 bytes. Te grote pakketten worden gefragmenteerd.

Identification (16 bits)
Identificatienummer van het datagram, gebruikt om gefragmenteerde pakketten weer samen te voegen.

Flags (3 bits)
Regelt fragmentatie (bijv. of fragmentatie is toegestaan).

Fragment Offset (13 bits)
Geeft de positie van een fragment in het oorspronkelijke pakket aan.

Time To Live – TTL (8 bits)
Maximaal aantal routers dat het pakket mag passeren om oneindige loops te voorkomen.

Protocol (8 bits)
Geeft aan welk hoger protocol wordt gebruikt (bijv. TCP = 6, UDP = 17).

Header Checksum (16 bits)
Controlegetal om fouten in de header te detecteren.

Source IP Address (32 bits)
IP-adres van de verzender.

Destination IP Address (32 bits)
IP-adres van de ontvanger.

Options (variabel)
Optionele extra instellingen (wordt weinig gebruikt).

Data
De daadwerkelijke payload (bijv. TCP- of UDP-gegevens).

IPv6-header

Version | Traffic Class | Flow Label
Payload Length | Next Header | Hop Limit
Source IP Address
Destination IP Address
Data

Version (4 bits)
Geeft de IP-versie aan. Voor IPv6 is dit altijd 6 (0110).

Traffic Class (8 bits)
Wordt gebruikt voor prioriteit en Quality of Service (vergelijkbaar met ToS bij IPv4).

Flow Label (20 bits)
Identificeert een datastroom (flow) zodat routers pakketten van dezelfde verbinding gelijk kunnen behandelen.

Payload Length (16 bits)
Lengte van de payload (data) in bytes, exclusief de header.

Next Header (8 bits)
Geeft aan welk protocol of welke extensieheader volgt (bijv. TCP, UDP of een IPv6-extensieheader).

Hop Limit (8 bits)
Maximaal aantal routers dat het pakket mag passeren (vervangt TTL uit IPv4).

Source IP Address (128 bits)
IPv6-adres van de verzender.

Destination IP Address (128 bits)
IPv6-adres van de ontvanger.

Data
De daadwerkelijke payload (bijv. TCP- of UDP-gegevens).


Belangrijk verschil met IPv4:

  • Geen header checksum

  • Geen fragmentatie door routers (alleen door de verzender)

  • Vaste headerlengte (40 bytes)

  • Gebruik van extensieheaders in plaats van Options

NAT (Network Address Translation)

NAT zorgt ervoor dat meerdere apparaten in een netwerk één openbaar IP-adres kunnen delen.
De router vertaalt interne (private) IP-adressen naar het publieke IP-adres en andersom.

👉 Veel gebruikt bij thuisnetwerken om IP-adressen te besparen en voor extra veiligheid.


Port Forwarding

Port forwarding is een instelling op de router waarbij inkomend verkeer op een bepaalde poort wordt doorgestuurd naar één specifiek apparaat in het interne netwerk.

👉 Nodig als je van buitenaf een server wilt bereiken, zoals een game- of webserver.


DNS (Domain Name System)

DNS vertaalt domeinnamen (zoals www.google.com) naar IP-adressen (zoals 142.250.74.206), zodat computers weten waar ze verbinding mee moeten maken.

👉 Vergelijkbaar met een telefoonboek voor het internet.